Immuno-métabolisme clinique. Klinisch immunometabolisme
Ce que je vois de plus en plus souvent depuis le COVID
Depuis le COVID, j'observe de plus en plus souvent, dans les typages immunitaires de patients chroniques, un même problème de fond : un manque de cytotoxicité, souvent accompagné d'une perte de robustesse du système immunitaire.
Et vous ? Avez-vous fait la même observation dans votre pratique ?
Je ne parle pas uniquement du COVID long. Je retrouve ce manque de cytotoxicité dans des situations cliniques très différentes : COVID long, Lyme chronique, réactivations virales, auto-immunité, rhumatismes articulaires séronégatifs, spondylarthrite ankylosante séronégative, fatigue chronique, neuro-inflammation…Des diagnostics différents, des histoires différentes et pourtant certains typages commencent parfois à raconter une histoire étonnamment semblable.
CD19, CD5, NKT, inflammaging : que voyez-vous ?
Nous voyons parfois des CD19 relativement faibles. Pris isolément, ce chiffre pourrait vite être interprété comme une faiblesse du compartiment B. Mais que devient cette interprétation lorsque, parallèlement, l’activité CD5 est importante ? Pouvons-nous encore parler simplement d’un compartiment B « faible » lorsqu’une partie de celui-ci reste biologiquement très active ?
Et les NKT ?
Ils restent étonnamment peu discutés dans la lecture habituelle des typages, alors qu’ils apparaissent précisément dans des situations de chronicité, de persistance ou de réactivation virale, de neuro-inflammation et de cytotoxicité insuffisante.
Regardez-vous systématiquement les NKT chez vos patients chroniques? Et l’inflammaging ?
Pas nécessairement une inflammation spectaculaire, pas nécessairement une CRP impressionnante, mais un système qui reste mobilisé, parfois longtemps, tandis que certaines de ses capacités fonctionnelles diminuent. Un système immunitaire peut encore réagir, il peut même réagir beaucoup, sans conserver pour autant la même capacité à résoudre efficacement ce qui l’a mobilisé.
Alors, qu’observez-vous ? Une diminution de la cytotoxicité ? Une perte de robustesse ? Un inflammaging ? Des CD19 faibles avec des CD5 actifs ? Des NKT perturbés ? Des réactivations virales ? Un seul de ces éléments, plusieurs, ou rien de tout cela dans certains de vos cas ?
C’est aussi cela qui m’intéresse : peut-être constaterez-vous que certains de vos patients ne correspondent pas du tout à ce schéma.
Et si ces éléments ne pouvaient pas être compris séparément?
Car si nous retrouvons réellement les mêmes associations dans des tableaux cliniques très différents, une question plus importante se pose : ces éléments peuvent-ils encore être compris séparément, ou devons-nous commencer à les regarder comme différentes manifestations d’un même ensemble immuno-métabolique ?
Et si la cytotoxicité diminue, peut-on réellement espérer l’influencer isolément — ou est-ce précisément cette séparation qui nous empêche d’avancer ?
C’est là que la discussion commence réellement. À vous maintenant : que retrouvez-vous dans vos propres typages ?
Klinisch immunometabolisme
Sinds COVID — herkent u dit ook?
Sinds COVID valt mij in immuun typeringen van chronische patiënten steeds vaker hetzelfde op: een tekort aan cytotoxiciteit, vaak samen met een verlies aan robuustheid van het immuunsysteem.
Herkent u dat ook in uw praktijk?
Ik zie dit niet alleen bij long COVID. Hetzelfde tekort aan cytotoxiciteit duikt ook op in heel uiteenlopende klinische situaties: long COVID, chronische Lyme, virale reactivaties, auto-immuniteit, seronegatieve artritis, seronegatieve ziekte van Bechterew, chronische vermoeidheid, neuro-inflammatie…Verschillende diagnoses, verschillende ziektegeschiedenissen — en toch beginnen bepaalde immuun typeringen opvallende gelijkenissen te vertonen.
CD19, CD5, NKT, inflammaging: wat ziet u?
Soms zien we relatief lage CD19-waarden. Op zichzelf bekeken zou men daar vrij snel uit kunnen besluiten dat het B-celcompartiment verzwakt is. Maar houdt die interpretatie nog stand wanneer tegelijk de CD5-activiteit duidelijk verhoogd is? Kunnen we dan nog gewoonweg spreken van een “zwak” B-celcompartiment wanneer een deel ervan biologisch zeer actief blijft?
En wat met de NKT-cellen?
In de gebruikelijke interpretatie van immuu typeringen krijgen ze opvallend weinig aandacht, terwijl ze net interessant worden bij chroniciteit, virale persistentie of reactivatie, neuroinflammatie en onvoldoende cytotoxiciteit.
Neemt u de NKT-cellen systematisch mee in de beoordeling van uw chronische patiënten?
En dan is er nog het inflammaging. Niet noodzakelijk een uitgesproken ontstekingsbeeld. Niet noodzakelijk een sterk verhoogde CRP. Wel een immuunsysteem dat geactiveerd blijft, soms zeer langdurig, terwijl bepaalde functionele mogelijkheden stilaan afnemen. Een immuunsysteem kan nog reageren. Het kan zelfs heel sterk reageren. Maar dat betekent nog niet dat het ook even efficiënt kan oplossen wat die reactie oorspronkelijk in gang heeft gezet.
Wat ziet u zelf? Een verminderde cytotoxiciteit? Verlies aan robuustheid? Inflammaging? Lage CD19 met uitgesproken CD5-activiteit? Verstoorde NKT-cellen? Virale reactivaties? Eén van deze elementen? Verschillende tegelijk? Of helemaal niets van dit alles bij bepaalde patiënten?
Ook dat interesseert mij: misschien merkt u juist dat sommige patiënten helemaal niet in dit patroon passen.
En als we deze elementen niet los van elkaar kunnen begrijpen?
Wanneer we dezelfde combinaties terugvinden in zeer uiteenlopende klinische beelden, dringt zich een belangrijkere vraag op: kunnen we deze elementen nog afzonderlijk bekijken, of moeten we ze eerder zien als verschillende uitingen van één immuno-metabool geheel?
En wanneer de cytotoxiciteit afneemt, kunnen we die dan werkelijk geïsoleerd beïnvloeden — of is het net die opsplitsing die ons verhindert verder te komen? Daar begint de discussie pas echt. Wat vindt u terug in uw eigen immuuntyperingen?